PREEK VAN DE WEEK      2e ZONDAG van PASEN JAAR A

LEZINGEN:                        EERSTE LEZING:  Handelingen 2,42-47         EVANGELIE: Johannes 20,19-31

THEMA: vergeving, verdraagzaamheid, verzoening, in plaats van vijandschap

INLEIDING

Opgewekte christenen,

Als we iets bijzonders hebben meegemaakt, dan zijn we na een week nog wel in de stemming van dat gebeuren. We zijn nu een week na pasen. Hopelijk hebben we nog iets van de paasvreugde in ons. Vandaag horen we wat er verder gebeurd is na de paasmorgen.

Maar na een week zijn er misschien ook al vragen bij ons opgekomen: is het nu wel echt gebeurd? Hoe kon dat nu, de verrijzenis van een dode? Op die vragen geeft Jezus vandaag zelf een antwoord. De meeste woorden die Jezus sprak waren tot zijn tijdgenoten gericht. Maar hij heeft eenmaal iets gezegd voor alle latere generaties, tot ons dus. En dat zullen we vandaag horen in het evangelie.

PREEK

Als Jezus aan de apostelen verschijnt, dan wenst Hij hen tot tweemaal toe de vrede. En welke opdracht geeft Hij? Om mensen hun zonden te vergeven!!!! Vergeving: dat is het sleutelwoord voor de vrede en de verzoening.

En we zouden onze samenleving moeten inrichten naar het voorbeeld van de eerste christenen:

in de eerste lezing hoorden wij hoe saamhorig die eerste christenen waren: ze waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk. De rijken verkochten hun goederen en bezittingen en verdeelden die onder allen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze de tempel en genoten hun voedsel samen in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij heel het volk in de gunst.

Als wij zo radicaal het evangelie zouden beleven, dan zouden de moslims zich niet afkeren van het christendom, maar graag met ons te doen hebben en zich juist tot het christendom bekeren.

Het is het egoïsme, de overvloed ten koste van de derde wereld en het atheïsme dat de moslimextremisten tegen de borst stuit en waartegen ze ageren.

Ging het gemakkelijk in die jonge kerk om de eenheid op te bouwen? Zeker niet. In het evangelie hoorden wij hoe één apostel niet wilde geloven in de verrijzenis van Jezus.

Het interessante van dit verhaal vind ik dat Thomas acht dagen heeft moeten wachten alvorens Jezus aan Hem verscheen. Acht dagen is een lange tijd als je in spanning zit.

Wat is er in die week gebeurd? We weten het niet. De leerlingen zullen veel bijeen geweest zijn. Veel gepraat hebben, veel gediscussieerd hebben. Maar ze hebben Thomas niet kunnen overtuigen. Dat zullen ze best vervelend gevonden hebben. Er is natuurlijk een soort verdeeldheid geweest: een aantal sterk overtuigde leerlingen en een aantal die het niet geloofden.

Het mooie is, denk ik, dat ze elkaar niet in de steek gelaten hebben. Ze hebben Thomas niet uitgestoten. Er is geen breuk ontstaan. Hoe moeilijk het ook was, ze hebben geduld gehad met Thomas. Zonder te weten dat het allemaal goed zou komen.

Wij leven ook in een samenleving, dorp en familie waarin er veel ongelovige Thomassen zijn. Mensen die wel met het geloof zijn opgevoed, maar op een bepaald moment toch niet meer konden geloven. Ze zijn in de war geraakt door het leed in de wereld of mistoestanden in de kerk; door de wetenschappelijke ontmaskering van een aantal mysteries die vroeger aan Gods handelen werden toegeschreven of aan de onbegrijpelijkheid van nog bestaande mysteries zoals de hemel en God zelf.

Met die mensen moeten we samenleven. Dat is niet makkelijk. Zeker niet als het eigen familie betreft of collega’s op het werk.

Toch zien we in het evangelie wat het resultaat is als we geduld met die mensen hebben. Als we ze niet veroordelen maar verdragen. Niet wij, maar God bepaalt wanneer zij tot het geloof geroepen zullen worden. Aan Thomas verscheen Jezus pas na 8 dagen. Aan onze kinderen of kennissen verschijnt Hij misschien pas na 8 jaar of 80 jaar.

Zolang moeten wij zien ook met hen deze wereld op te bouwen.

Uiteraard mogen we voor hen bidden dat ze het geluk leren kennen van ons geloof. Uiteraard mogen we hopen dat zij de vreugde leren kennen van een leven met God. Maar we kunnen niets forceren.

Wat wij naast bidden nog kunnen doen, is zelf consequent vanuit het geloof leven en vriendschap sluiten met andersdenkenden in plaats van vijandschap en haat kweken.

Dan kan de rust en de vrede in onze samenleving terugkeren.