INLEIDING OP DE EERSTE LEZING     Maria ten Hemelopneming

De eerste lezing spreekt over een vrouw. Op dit feest denken wij dan direct aan Maria. Toch werd zij oorspronkelijk niet bedoeld. Het boek der Openbaring van Johannes is geschreven in de tijd van de felle christenvervolgingen. De kerkvervolging wordt beschreven als een strijd tussen een vrouw en een draak. In die tijd werd een stad of een volk vaak verpersoonlijkt als een vrouw. De vrouw staat hier als symbool van het volk Gods, de draak als symbool van de Romeinse bezettingsmacht.

Toch wordt deze lezing gebruikt op dit Mariafeest. Maria is immers beeld van de kerk: zoals zij Jezus aan de wereld heeft gegeven, zo moet de kerk in deze tijd Jezus ter wereld brengen.

PREEK MARIA TEN HEMELOPNEMING

Vandaag vieren wij het feest van Maria ten Hemelopneming. Waarom heeft de kerk in de loop der eeuwen Maria altijd een belangrijke plaats gegeven in haar leven? Omdat Maria het beeld van de kerk is. Zoals zij in de wereld stond en zoals zij tegenover Jezus stond, zo moet de kerk anno 2026 in de wereld en tegenover Christus staan. Daarom wil ik het leven van Maria even met u doorlopen en kijken wat dat voor ons als kerkgemeenschap betekent.

Maria was een onopvallend joods meisje. Ze leefde in Nazareth, een onbelangrijk dorp in het groene noorden van Israël. Ze onderhield haar joodse godsdienstige plichten en deelde in de verwachting van haar volk dat er een Messias, een Bevrijder zou komen, door God gezonden. Ze was op God gericht.

Zo zal ook de kerk een zeker onopvallend bestaan moeten leiden. Haar interne leven is op God gericht. Door veel stilte en bezinning zal zij openstaan voor God. De kerk slaat gade wat er in de wereld gebeurt en richt haar verwachting op God. De kerk deelt in het lijden van de mensheid onder onderdrukking, onrecht, haat en geweld, maar heeft ook weet van de beloften van God dat er nieuwe tijden zullen aanbreken. De kerk sluit daarom aan bij de joodse traditie om veel te bidden, de nood der wereld aan God voor te leggen en godsdienstige plichten te vervullen om met God verbonden te blijven leven. Geen machtsinstituut, zoals een vakantieganger mij zei, maar een toegewijde minderheid in deze wereld.

Maria werd uitverkoren om Moeder van Jezus te worden.

Zo is de kerkgemeenschap uitverkoren het leven van Jezus, zijn boodschap en zijn voorbeeld in deze tijd tot leven te brengen. Leven te geven aan deze wereld. God heeft toen zijn Woord, ja, zichzelf aan een mens toevertrouwd. In een mens, een vrouw, werd Hij vlees en bloed. Ook nu heeft Hij zijn woord, zijn bestaan in mensenhanden gelegd. God is van nature niet afhankelijk van de kerk, maar heeft zich vrijwillig afhankelijk van haar gemaakt. De kerk moet Jezus aan de wereld geven. De kerk spreekt niet alleen óver God, als een deskundige, een theoloog, maar zij spreekt ook namens God. Zij herhaalt voortdurend de woorden van Christus. De kerk heeft zo bijvoorbeeld de mogelijkheid om zonden te vergeven en man en vrouw met elkaar te verbinden in het sacrament van het huwelijk. Jezus heeft meermaals tot de apostelen gezegd: "Wat gij zult verbinden op aarde zal ook in de hemel verbonden zijn en wat gij zult ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn". De kerk verwijst dus niet alleen naar Jezus, maar ze gééft Jezus aan ons.

     En omdat wijzelf ook kerk zijn, moet Jezus ook uit ons midden geboren worden. Wij moeten door onze onderlinge liefde Jezus in deze tijd en in deze wereld voortbrengen.

Jezus is dus in zekere zin nu een kind van de Kerk. De kerk is als Maria de Moeder van Jezus. Als we Jezus liefhebben moeten we dus ook zijn moeder, de Kerk liefhebben. Niet omdat de kerk Hem uit eigen goedheid of wijsheid voortbrengt, maar omdat de Kerk door Gods Geest overschaduwd wordt.

Op een vakantie zag ik een keer in Italië een bijzonder Mariabeeld: een beeld van Maria met de duif.

Maria ontving de blijde Boodschap van de engel en bezocht haar nicht Elisabeth om met haar de grote vreugde te delen. Ze zingt bij Elisabeth een lofzang.

Zo heeft de kerk de blijde boodschap ontvangen en de kerk zal er onder haar eigen familieleden van getuigen. Christenen zouden onder elkaar meer moeten spreken over wat God voor ons gedaan heeft.

De kerk zou in haar liturgie allereerst God moeten prijzen en de mensen prijzen die geloven in de vervulling van Gods beloften. Daarna spreekt ze haar verbondenheid met de mensheid uit. Maria was ook begaan met het lot van haar onderdrukt volk. Ze had geen individualistische vroomheid die stil bleef staan bij de vraag hoe ze haar eigen ziel zou kunnen redden. Nee, haar volk en de hele mensheid moest gered worden. Zo staat de kerk tussen de wereld en God. De kerk wil Jezus, haar kind een plaats geven in de wereld, en de wereld een plaats geven in God.

Maria heeft haar Zoon ontvangen, grootgebracht en uit huis laten gaan. Haar eigen rol veranderde. In plaats van moeder werd ze zelf leerling. Ze volgde Jezus van de bruiloft van Kana tot onder het kruis. In deze fase wordt ze door Jezus geen moeder genoemd, maar vrouw. Het geeft aan dat Maria moest leren haar moederschap te verliezen en gelovige te worden.

Zo is de kerk altijd leerling van Jezus, volgeling en lotgenoot. De kerk neemt niet de plaats van Jezus in maar weet Jezus altijd in haar midden als leraar en meester. De kerk zal voortdurend een luisterende houding moeten hebben.

De kerk zal voortdurend al haar vragen, theologische, kerkpolitieke en pastorale, aan Jezus in gebed voor moeten leggen. De kerk zal steeds haar nood bij Jezus moeten klagen en verslag uit moeten brengen van alles wat zij tot stand heeft gebracht.

Maria stond onder het kruis. Zij deelde in het lijden van haar Zoon. Ook nu deelt de kerk in het lot van Jezus. Ook nu wordt de kerk op vele plaatsen nog vervolgd en gemarteld. Wij als christenen staan ook vaak onder het kruis zoals Maria. Het kruis staat midden onder ons. Wij delen in het leed en onrecht in deze wereld.

Maria is na de hemelvaart bij de apostelen gebleven, in gebed om

de H. Geest. Daar wordt ze het laatst in de bijbel vermeld. Haar rol was na de geboorte dus allerminst uitgespeeld. Zij heeft een weldadige invloed gehad op de jonge kerk. Ze heeft de apostelen met raad en daad bijgestaan en bij de apostel Johannes gewoond. Zij was de eerste christin, de eerste vrouw in de kerk.

De kerk heeft in alle eeuwen op de geestelijke invloed van vrouwen gesteund. De kerk is enerzijds, mannelijk, Petrinisch, in de leiding en het leergezag, anderzijds is de kerk vrouwelijk, mariaal, door de vele vrouwen die een hart geven aan de kerk en de priesters terzijde staan met raad en daad. Alleen als de kerk openstaat voor dit mariale aspect is zij Gods kerk.

Maria is tenslotte in de hemel opgenomen.

De kerkgemeenschap zal eens delen in de hemelse vreugde. Als haar aardse taak vervuld is zal zij opgenomen worden in het hemels Jeruzalem. Met ziel en lichaam. De ziel van de kerk is de Heilige Geest, het lichaam dat zijn wijzelf. Dan zal weer het loflied klinken dat Maria bij Elisabeth zong of dat aan het einde stond van de eerste lezing: "Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn gezalfde." Amen.