Adem is leven

Zonder adem kan geen mens leven. Adem is leven. Het eerste wat een mens doet als zij of hij ter wereld komt, is ademen: de eerste schreeuw bij de geboorte is het bewijs dat het kind leeft, dat het ademhaalt. Een merkwaardig woord is dat eigenlijk: ademhalen. Je háált adem, je haalt hem van ergens anders, iedere keer weer, een leven lang. Adem krijg je; hij is nooit je bezit. En je geeft hem ook weer terug, iedere keer weer, een leven lang, totdat je je laatste adem uitblaast. Dat is het moment van het sterven, aan het einde van je leven. Dan geef je je adem terug aan de Schepper die jou gemaakt heeft.  In het tweede scheppingsverhaal staat de God de eerste mens zijn levensadem in de neus blies. Adem is in het hebreeuws hetzelfde woord als het woord voor geest: Roeach. In het evangelie zullen we straks horen dat Jezus bij zijn verschijning aan de leerlingen na de verrijzenis over hen blies en zei: “Ontvangt de Heilige Geest.”. In het Pinksterverhaal zien we die adem, die Geest terug in de vorm van een hevige wind in een afgesloten ruimte. Vandaag vieren we het feest van Pinksteren, het feest waarop God ons nieuwe levensadem schenkt. Hij komt ons zo nabij dat Hij zijn eigen Levensadem geeft, de heilige Geest, en Hij doet dat omdat Hij om ons geeft, omdat Hij van ons houdt. Hij schenkt ons in de gave van de heilige Geest zijn liefde. Pinksteren is het feest waarop God ons wakker schudt tot een nieuw bestaan.