2E ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD JAAR A

LEZINGEN: 2 Tim.1,8b-10 en Matteüs 17,1-9

Hoe wordt u ’s ochtends wakker? Wordt uw slaap ruw verstoord door zo’n vreselijk drilboorgeluid van een ouderwetse wekker? Of heeft u een radiowekker die bij het wakker worden direct alle ellende van de wereld over u heen stort?

Ik zet helemaal geen wekker. Ik word wakker als het licht wordt. Daarom vind ik het heerlijk dat dit weekend/vandaag de lentemaand ingaat en het ’s ochtends steeds vroeger licht wordt. Ik heb zelfs het geluk dat mijn slaapkamer op het oosten ligt zodat de opgaande zon mij wekt als het helder weer is.

In de winter, als het ’s ochtends nog lang donker blijft, heb ik veel meer moeite met opstaan. Daar heb ik dan wel wat op gevonden: ik heb een tijdklok op een paar schemerlampen gezet, zodat het toch op tijd licht wordt, dus een soort lichtwekker.

In de lente en de zomer heb ik veel minder last van een ochtendhumeur. De zon maakt het leven vrolijker en geeft alles kleur en glans.

Dit is een mooi beeld van ons geestelijk en sociaal leven. De opgaande zon, de morgenster voor ons is Jezus Christus. Hij geeft ons perspectief, levenskracht, troost bij droefheid, inspiratie tot inzet, doorzettingsvermogen, blijheid om de mooie dingen in het leven. Hij brengt licht in de duisternis van dit leven. Hij geeft ons leven kleur en glans.

Dat zien we in het evangelie van vandaag: Jezus neemt drie apostelen mee naar de top van een berg en zijn gelaat begon te stralen als de zon. Een lichtende wolk overschaduwde hen en een stem sprak: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde. Luistert naar Hem.”

De apostelen wierpen zich bevreesd ter aarde maar Jezus zegt: “Staat op en weest niet bang”.  Het zijn woorden waarmee wij ’s ochtends bij het wakker worden kunnen opstaan. We gaan een nieuwe dag tegemoet. Soms zien we er naar uit, als er bijvoorbeeld iets te vieren is; soms zien we er tegen op omdat zwaar werk, een examen of een moeilijk gesprek ons wacht. Jezus zegt dan toch tegen ons: “Staat op en wees niet bang. Ik ben bij je”.

Waarom nam Jezus juist Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee de berg op om dat voorteken van zijn verrijzenis te krijgen? Dat was omdat juist deze drie apostelen Jezus ook het meest nabij moesten blijven in het lijden. Jezus nam hen mee in de Hof van Olijven om met Hem te blijven bidden en waken, wachtend op Judas en de soldaten. Johannes stond ook onder het kruis van Jezus. Johannes en Petrus zouden op paasmorgen het eerst naar het graf gaan kijken toen de vrouwen hen kwamen vertellen dat het graf leeg was. Jacobus zou de eerste leider worden van de kerk van Jeruzalem. De gedaanteverandering en verheerlijking van Jezus op de berg Tabor moest deze apostelen de moed geven het lijden te doorstaan en te geloven in de verrijzenis. Zij drieën mochten er ook bij zijn toen Jezus het dochtertje van Jaïrus opwekte uit de dood. (Mc.5,37)

Met Pasen vieren we dat het kwaad in de wereld en de dood niet het laatste woord hebben. Jezus heeft wel geleden onder het kwaad en is gestorven, maar ook weer verrezen. Daarna kwam pas Pinksteren en de groei en bloei van de kerk.

Ook nu zal de kerk de crisis wel overleven en eens weer opbloeien. (Misschien staan we nu op een keerpunt, want elk jaar sluiten zich weer meer jongeren en jonge mensen bij de kerk aan. Vorige week hebben 8 doopkandidaten zich gepresenteerd in Gouda)).

Blijven wij trouw? Kan God op ons rekenen? “Draag uw deel in het lijden voor het evangelie”. We hoorden dat aan het begin van het epistel. Als we bereid zijn dit lijden te dragen, als we Jezus trouw blijven, dan zal er weer een nieuwe lente voor de kerk komen. Het licht zal de duisternis overwinnen. Het zal weer Pasen en Pinksteren worden voor de kerk.