Olympische Spelen, sport en geloof

De Olympische schaatser Jordan Stolz komt openlijk uit voor zijn geloof. In het Nederlands elftal zijn er christenen die voor de wedstrijd samen bidden. Wat heeft geloof met sport te maken?
In de bijbel staat één tekst over sport: 1 Korinthe 9:24-27
Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke. Daarom ren ik niet als iemand die geen doel heeft, vecht ik niet als een vuistvechter die in de lucht slaat. Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing, want ik wil niet aan anderen de spelregels opleggen om uiteindelijk zelf te worden gediskwalificeerd. (NBV)
Deze tekst zegt ons dat we alles over moeten hebben en ons tot het uiterste in moeten zetten voor het Rijk Gods, de onvergankelijke erekrans.
Olympische Spelen kunnen zeker bijdragen aan het Rijk Gods als het echt een feest is van verbroedering en ontmoeting tussen de volkeren en naties. De sporters komen niet uit voor een club, een sponsor of voor een geldprijs, maar ze komen uit voor hun land dat de sportieve rivaliteit aangaat met andere landen. Dat is natuurlijk 1000 keer beter dan een militaire confrontatie.
Bij het Europees kampioenschap voetbal wees iemand me er op dat Ajax- en Feyenoordsupporters broederlijk naast elkaar zaten en juichten voor het nationale elftal waarin alle onderscheid wegviel.
In de coronajaren heeft het Vaticaan een dik document uitgegeven waarom een antwoord op die vraag gegeven wordt: Het beste van jezelf geven
Ik maakte een samenvatting van dit document.