Broeders en zusters,
Hier in Reeuwijk is flink carnaval gevierd. Dit jaar heb ik de optocht gezien.
In een carnavalsoptocht enkele jaren geleden in Brabant reed een wagen mee vol met spullen die de overvloed van onze maatschappij demonstreerden: tv.’s, koelkasten, elektrische apparatuur, luxe meubelen, etc. Er stond een tekst onder: kan het iets minder? Dat vond ik een hele zinnige wagen.
Als we kijken naar de overmatige consumptie en de grenzeloze luxe, de voedeselverspilling en de energeverspilling, dan kunnen we zeggen: “Waar zijn we in Godsnaam mee bezig?”. We zijn de aarde aan het plunderen.
De wegen slippen dicht. Als ik langs Westergouwe naar Reeuwijk fiets, staan er altijd files op en rond de uitvalswegen.
We hebben minder oog voor de naaste dan vroeger. De vele tv.-zenders en social media zuigen onze aandacht weg van de mensen met wie we samen in een huis, buurt, dorp of familie wonen. Verenigingen klagen over gebrek aan vrijwilligers.
Op scholen worden mobieltjes verboden omdat de kinderen geen aandacht meer hebben voor elkaar. De jeugdzorg kan het aantal jongeren met psychische en sociale problemen niet aan omdat er thuis onder werkende ouders te weinig aandacht en tijd voor de kinderen in hun kinderjaren is. De trouweloosheid en de echtscheiding grijpen als een besmettelijk virus om zich heen.
De kloof tussen rijken en armen wordt steeds groter. De individualisering gaat alsmaar verder.
Waar zijn we in Godsnaam mee bezig?
We zouden die noodkreet eigenlijk om moeten draaien. We zouden ons eens af moeten vragen waar we in naam van God mee bezig zouden moeten zijn.
In naam van God. Want God heeft ons deze aarde en zelfs het leven toevertrouwd. We hebben het in beheer, niet in eigendom. Wij hebben te zorgen voor Gods schepping en voor Gods kinderen.
Vóór al onze eigen verlangens en wensen zou het streven moeten staan Gods wensen en verlangens te vervullen en onze bijdrage te leveren aan het onderhoud van deze aarde en van medemensen. Iemand die bij een werkgever werkt moet eerst zijn werk doen. Daarna of daar tussendoor als het niet druk is, kan hij de krant inkijken, een praatje maken, zijn whttsapp en mailbox checken of koffie drinken. Maar het werk staat op de eerste plaats. Zo is God onze werkgever en alles wat we voor ons eigen plezier doen, zouden we op de tweede plaats moeten zetten.
Wat vraagt God van ons?
Jezus noemt: gerechtigheid beoefenen, en wel in alle stilte en onopvallendheid; vervolgens bidden, ook weer in stilte; en tenslotte vasten. Consuminderen zeggen we tegenwoordig wel in een woordspeling op consumeren. En dat alles met een vrolijk gezicht. Als het eerste al lukt dan is het nog maar de vraag of dat tweede ons lukt: soberder en godsdienstiger leven en dan ook nog vrolijk blijven.
Dat lukt alleen als we een diep besef hebben van verbondenheid met God.
Dadelijk worden we getekend met as. As ontstaat door verbranding. Bij verbranding komt energie vrij, warmte en licht. Als we ons laten tekenen met het askruisje, laten we dat dan doen met het voornemen slechte leefgewoontes te verbranden.
Laten we dit jaar vooral die gewoontes veranderen die onze aandacht afleiden van God en de medemens. Gewoontes die al onze energie opslorpen. Door op die punten te vasten kunnen we energie en aandacht, warmte en liefde vrijmaken voor de medemens.