Is er plaats? … Ja, er is plaats!

door | 24 december 2025 | Preken

Ik ben  lid van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, voor hulp aan moeder en kind. Tegenwoordig heet de hulpverleningsorganisatie Siriz. Ik ontving ooit een affiche van deze vereniging en had deze opgehangen aan de binnenkant van mijn kamerdeur.

Op een avond had ik vier jonge moeders op mijn kamer voor de bespreking van een liturgische kindernevendienst. Halverwege de avond ging ik even koffie halen. Toen ik terugkwam… hadden de dames het affiche op de deur gezien en spraken er samen over. Ze stelden me er enkele vragen over en ik vertelde dat het een maatschappelijke hulpverleningsdienst is voor de opvang van ongewenst zwangere meisjes en vrouwen. Toen ik vervolgens opmerkte dat ze daarvoor ook opvanggezinnen hadden, zei een van de moeders spontaan: “Oh, dat zou ik best willen doen.”  Ze vertelde dat ze momenteel in verwachting was en dat ze daarom best een meisje of vrouw  in verwachting zou kunnen opvangen, omdat je zo samen naar de geboorte toe kon leven. Deze moeder, die zo spontaan hulp aanbood, had zelf reeds twee kinderen.

Ik was blij de VBOK een goed opvangadres te kunnen aanbieden. Echter, een korte tijd later sprak een zus van deze moeder mij aan en vroeg me of ik nog eens bij haar langs wilde gaan. Er waren ‘moei­lijkheden’ met de zwangerschap. Met lood in de schoenen fietste ik de volgende avond naar haar toe. Ze deed de zaak snel uit de doeken: bij een onderzoek was gebleken dat er een bloedziekte was en de gynaecoloog zei: 80% kans op een zwaar gehandicapt kind, geestelijk en lichamelijk. Hij adviseerde: het kind direct weg laten halen. Deze moeder was echter nog zo gelovig, gewetensvol en bedachtzaam, dat ze dat advies niet zo maar wilde opvolgen. Tegen een dergelijke ingreep had ze altijd bezwaren gemaakt. Maar als je zelf in moeilijkheden zit, dan ga je er anders over denken. Ze ging erover praten, met haar man, haar familie en kennissen. Ze voorzagen vele moeilijkheden: de zwangerschap zou psychisch niet uit te houden zijn  als ze wist dat het een gehandicapt kind zou zijn; het gezin zou ontwricht worden; financieel niet te dragen, enzovoort.

We hebben over veel dingen gepraat: bijvoorbeeld dat ook een gehandicapt kind vreugde in het gezin kan brengen.

Uiteindelijk vertelde ze dat er nog een tweede bloedonderzoek kwam aan het eind van de week. We hebben toen afgesproken dat we dan eerst dat tweede onderzoek zouden afwachten.

Die week heb ik toen iets gedaan dat ik nog nooit eerder uit mezelf echt gedaan had en waar ik ook nooit de zin van inzag: vasten. Tafelgenoten dachten dat ik ziek was, maar ik voelde me zo steeds met die moeder verbonden.

In die week belde juist de V.B.O.K.: of ze het opvangadres konden krijgen dat ik beloofd had? Ik zei dat ze nog maar even moesten wachten…

Bij het tweede onderzoek bleek… dat de bloedziekte nagenoeg was verdwenen… Toen was de beslissing niet zo moeilijk meer: het kind zou er komen!

Vol spanning hebben we naar de geboorte toegeleefd. Op de uitgerekende datum gebeurde er niets..1 dag over tijd, 2 dagen overtijd, 3 dagen, een week overtijd….. Op de 8e dag werd het kind geboren …. precies op mijn verjaardag !!!!!!! Voor mij was dat een verjaardagsgeschenk  van God. Een teken dat God alles ten goede leidt als we op Hem vertrouwen.

De volgende morgen ging ik op bezoek. Toen ik bij de moeder kwam, was het eerste wat ze zei: “De dokters hebben hem helemaal binnenstebuiten gekeerd en niets gevonden; hij is helemaal gezond.”

Op de babykamer hadden ze een grote kleurenfoto opgehangen van een baby: met de tekst eronder:

JE HOEFT MAAR JE OGEN OPEN TE DOEN OM GODS WONDER TE ZIEN.

Ja, elke geboorte van een kind is weer een wonder. De geboorte van Jezus was ook een wonder. Maria was immers nog maagd. Zij had haar kind ontvangen van de Heilige Geest, zoals we in de geloofsbelijdenis uitspreken. God werd mens en kwam als mens onder ons. De grote God werd een kleine baby. Wat een wonder.  Hij kreeg de naam Jezus: dat betekent: God redt.

Maar Jezus  begon zijn leven als uitgestotene, als dakloze, als vluchteling. Maria en Jozef waren een paar dagreizen ver van huis toen Jezus geboren werd. Er was voor hen geen plaats in de herberg. Vol is vol. En dat terwijl Maria op punt stond te bevallen. Jezus werd geboren in een stal. Tussen de beesten. Erg schoon zal het er niet geweest zijn. En zeker niet luxe en comfortabel. Geen koninklijke wieg voor de Redder der wereld, maar een voerbak met stro erin, waar Hij ingelegd werd. Het zal wel tochtig geweest zijn. Overdag warm, maar ’s nachts behoorlijk koud.

In de krant stond enkele weken geleden dat er in Nederland heel veel kinderen zijn zonder een dak boven hun hoofd. Zij verblijven in caravans, tenten of opvangtehuizen. In Den Haag deden vorig jaar bijna 300 gezinnen een beroep op de maatschappelijke opvang. Veelal na een scheiding komen zij terecht in een Blijf van mijn lijf-huis. Sommige kinderen worden van de ouders gescheiden omdat er geen plek is in de opvang.

Gastvrijheid is een christelijke deugd waar Jezus zelf vaak gebruik van maakte. Jezus zal later bij het Laatste Oordeel zeggen: “Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op. Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor één van de minsten van mijn broeders, dat hebben jullie voor mij gedaan.” (Mt.25)

Hoe zit het met onze gastvrijheid? We leven in een samenleving waarin ons instinctmatig territoriumgedrag sterk ontwikkeld wordt. Privacy is de leus van de afgelopen decennia. Jezus spreekt nooit over privacy. Hij was meestal met veel mensen samen. Hij wilde een gemeenschap opbouwen. Ja, soms was Hij alleen. Als Hij zich voor of na zijn werk terugtrok op een eenzame plaats om te bidden.

Paulus schrijft in de brief aan de Hebreeën:  13,1-2: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.”

Ik zou het nog sterker willen zeggen: door de gastvrijheid ontvangen we Christus zelf.

Moeder Teresa zei vaak: “ Door ongewenste en onbeminde mensen doet Jezus zelf een beroep op ons. Hij wil in die mensen herkend en ontmoet worden. Wij herkennen Jezus in de gebroken en verminkte lichamen van de armen net zo goed als in het gebroken brood van de eucharistie. ”.

Ons hart is de herberg waar Jezus wil verblijven. Hoe ruim is ons hart? Is daar plaats voor iedere medemens die op zoek is naar licht, naar liefde, naar geloof, naar God? 2026 jaar geleden werd Hij geboren in een stal omdat er voor Hem geen plaats was in de herberg. Nu wil Hij wedergeboren worden in ons hart omdat er in de westerse samenleving geen plaats meer voor Hem is. Terwijl er in Europese landen steeds meer politieke, maatschappelijke en educatieve besluiten genomen worden om de religie uit het openbare leven terug te dringen en te verbannen, vraagt God ons hart voor Hem te openen.

Hij klopt aan bij u en bij jou en bij mij. Door ons wil Hij present blijven in deze wereld. Is er nog plaats voor Hem in de herberg van ons hart?