Internetpastoor Winfried Kuipers
  • Home
  • Wie ben ik?
  • Preken
  • Sacramenten
    • Dopen
    • Vormseltest
    • Trouwen
  • Marialiederen
  • Nieuws
  • Publicaties
  • Contact
Selecteer een pagina

INLEIDING OP 1E LEZING:

David werd in het Oude Testament gezien als de ideale koning.

Waarom? Hij voldeed aan de beschrijving die de Tora geeft van een koning (Deut.17): ‘de koning mag geen man van het zwaard zijn en zich niet boven zijn broeders verheven achten.’ David heeft wel verdedigingsoorlogen gevoerd, maar was niet oorlogszuchtig.

Hij was de jongste van de acht zonen van Isaï en niet meer dan een schapenhoeder.

Kent u nog dat prachtige verhaal van zijn vlucht voor koning Saul? Toen hij door zijn voorganger Saul vervolgd werd had hij zich verscholen in een grot. Nietsvermoedend legde Saul zich in dezelfde grot te rusten zodat David de kans kreeg Saul in zijn slaap te vermoorden. Maar hij spaarde het leven van Saul.

Om al die redenen komen de Israëlieten hem vragen hun koning te worden. Ze zeggen daarbij: “Hier zijn wij, uw eigen vlees en bloed”.

PREEK

Ik ga een verhaal vertellen, dat niet in de bijbel staat, maar een mooie oude Russische legende is.

Koning Arteban  reed op zijn  snelle paard  door  de donkere nacht. Samen  met zijn vrienden Balthasar, Cas­par  en Melchior  had  hij de oude boeken bestudeerd. Daarin stond dat er een nieuwe koning geboren zou worden op de plaats waar een nieuwe ster zou verschijnen. Ze waren  ervan overtuigd  dat die nieuwe  ster het teken was  dat de beloofde Koning geboren zou worden. Arteban had zijn huis en zijn bezittingen verkocht en kocht er drie schitterende edelstenen voor. Deze wilde hij aan de nieuwe Koning geven als teken van zijn geloof. En nu reed hij snel door de nacht om op tijd te zijn bij zijn vrienden op een afgesproken plaats.

Plotseling hield zijn paard in. Wat  was   dat ?  Er  lag een donker voorwerp op de weg. Arteban  steeg   af. In  het sterrelicht  zag  hij   dat  het een  mens  was,   een  verbannen Jood. Aan  de  magere pols  voelde Arteban   dat   de man haast  dood  was. Toch greep   de  vreemdeling  nog zijn kleren vast  en  keek hem smekend  aan. Arteban  stond in tweestrijd:   wat  moest  hij doen? Helpen  en  te laat komen?  Hij  bad om  wijsheid, verzorgde  de onbekende  en bracht  hem naar  de  stad. Met zijn diamant betaalde hij de herberg om de arme man te verzorgen.

Toen hij op de afgesproken plaats kwam, waren zijn vrienden al vertrokken. Daarna dacht hij  na,   hij  was bijna wanhopig.  Hij  had  zijn vrienden   gemist;   Toch ging hij verder. Weken later kwam Arteban aan  in  Bethlehem. Hij   was moe,   maar vol hoop  dat hij nu  zijn  parel  en robijn  aan de Koning  kon  aanbieden. De  straten  waren leeg.   Door een open   deur hoorde  hij een vrouwenstem  zingen.  Hij   ging er binnen  en  vond  een vrouw die haar kindje in  slaap  suste.   Zij  vertelde  hem  van  de drie  wijzen  uit  het  oosten, hoe   ze naar het  stalletje op het veld waren  gegaan,   hoe ze het  Kindje van Maria en Jozef aanbaden  en  goud, wierook  en mirre aan  zijn voetjes  hadden neergelegd.   Spoedig  daarna  waren   ze vertrokken  en ook Jozef,   Maria  en het  Kindje  waren  weggegaan.

Plotseling  klonk er een woest lawaai: het  geluid van trompetten,   paarden  en  schreeuwende vrouwen,   die riepen: “De  soldaten!   Ze vermoorden onze kinderen!”   Het   gezicht van   de moeder  werd wit  van angst.   Arteban  stond onmiddellijk op   en   ging  voor  de deur  staan.   Er  kwamen juist soldaten  aan  met bebloede zwaarden.” De  aanvoerder liep  voorop;   Arteban  riep hem  zacht  en  zei:   “Ik ben hier  alleen  en  ik  wil u  deze parel  geven  als  u mij  met rust laat” .   De  aanvoerder greep  haastig  de parel en riep:   “Voorwaarts,   hier   zijn geen kinderen” En Arteban  trok weer verder, op  zoek naar de Koning.

Er  gingen  vele jaren  voorbij waarin  hij   zocht,   raad vroeg, reizend van plaats  naar plaats . Hij  kwam  door  streken  waar hongersnood en  armoede heerste,   hij  verzorgde  de zieken,   gaf hongerigen te eten,   kleedde  de naakten. Hij  werd oud,   toch vergat hij   zijn  doel niet:   in  zijn gordel  droeg  hij   de robijn,   en hij  was  vastbesloten  deze aan de Koning te  geven.   

Na  33 jaar kwam hij,   net  als  ieder jaar,   weer  in Jeruzalem.   Het  was in  de tijd vlak voor  het paasfeest.   Op  straat liepen  de mensen allen  een kant  op,   Arteban   sloot   zich erbij  aan   en  vroeg  wat  er gaande was.   “We  zijn op  weg naar  Golgotha” ,   antwoordden zij,   ” daar  zullen twee rovers gekruisigd worden  tegelijk met  een  zekere Jezus.   Pilatus  heeft  hem veroordeeld omdat hij  beweerde  de Koning van  de Joden te   zijn.” Toen Arteban  dit hoorde, moest hij   direct  denken  aan de  ster:   zou  deze Jezus   de Koning  zijn  die   33 jaar   geleden in  Bethlehem  geboren was?  Hij   zei bij   zichzelf: “Gods  wegen   zijn  wonderlijk: nu vind ik  de  Koning  in   de handen van  zijn vijanden, en ik kom juist op  tijd om hem vrij  te  kopen  met  mijn robijn”. Hij  volgde  zo vlug  hij  kon de menigte.

Juist bij   de  poort  van  de stad kwam  er  een  troep  soldaten  aan  die  een  meisje meesleurden.   Toen   zij   de  wijze zag,   rukte  ze  zich los  en wierp  zich aan  zijn voeten neer.   “Red mij”,   smeekte ze, “ze hebben mij   meegenomen om als  slavin verkocht te worden,   om  zo  de schuld van mijn  vader  te voldoen.   Toe, Heer,   red mij! ”   Arteban   beefde.   Tweemaal had  hij de edelstenen,   de  tekens  van zijn  geloof,   gegeven  voor zijn arme  medemensen. Nu  stond hij   voor  een  derde  en laatste keuze.   Hij  haalde  de robijn tevoorschijn   en  zei:   “Hier heb je je losgeld,   kind;   het is het laatste van  de geschenken   die ik  aan  de Koning had  willen  geven”.

Hij ging verder, de stoet achterna. Zo kwam hij op een heuvel. Daar stonden drie kruisen opgericht. Aan het middelste kruis hing een man met een doornenkroon op zijn hoofd. Deze man keek hem aan met een blik waaruit goedheid en liefde spraken. En Hij zei: “Arteban, jij hebt mij getroost en bevrijd toen ik in nood was. Jij hebt mij gered toen ik in levensgevaar verkeerde. Ik heb jouw edelstenen gekregen. ”Toen gaf de man aan het kruis een luide schreeuw en stierf. Een diepe rust daalde over Arteban. Hij wist het nu zeker: “Dit is de koning van de wereld, de man die ik al die jaren heb gezocht”.

Binnenkort gaan we weer kerstmis vieren, het feest dat Jezus geboren werd.

Vandaag vieren we Christus Koning. We hoorden in het evangelie over het eind van Jezus leven op aarde. Hij werd gekruisigd en op het kruis hing het bordje met INRI: Jezus van Nazaret, Koning der Joden.

In plaats van het leven van anderen op te offeren voor zichzelf heeft Jezus zichzelf voor anderen opgeofferd. Daarom heeft God Hem tot Koning van het Heelal verheven.

Aan het kruis werd Jezus er om bespot. De overheidspersonen lachten hem uit en zeiden: “anderen heeft Hij gered, laat Hij nu zichzelf eens redden”.

Maar Jezus redt zichzelf niet. Zelfs zijn wondermacht gebruikte hij alleen voor anderen en niet voor zichzelf. Zelfs daarin was elk egoïsme Hem vreemd. En daarin was Jezus heel groot. Hij was kampioen in de zelfverloochening en de inzet voor anderen. Jezus noemen we de ware koning omdat Hij niet zichzelf maar anderen heeft gered.

Jezus ging niet vloeken en schelden of terugslaan. Hij bad om vergeving voor de soldaten die Hem aan het kruis sloegen en voor een moordenaar aan het kruis naast Hem. Dat is onvoorstelbaar. Zouden wij dat kunnen? Jezus redt de mensen uit hun zonden. Jezus bevrijd ons van de schuld, van het kwaad dat we doen.

Jezus was ook van ons eigen vlees en bloed, een mens als wij. In alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Maar zelfs voor zondaars heeft Hij begrip, sterker nog: speciaal voor mensen die hun kleinheid en zwakheid beseffen wil Hij leven.

Het is juist een misdadiger die de ware aard van het koningschap van Jezus het eerst door heeft. De farizeeën, de hogepriesters, het joodse volk en de apostelen met Judas voorop waren teleurgesteld omdat Jezus geen aardse koning wilde zijn. Daarom hebben ze Jezus verraden of in de steek gelaten. Maar die misdadiger aan het kruis zegt: “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw koninkrijk gekomen zijt”. En Jezus antwoordt: “Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs”.

In de hemel is Jezus koning. Maar ook daar is Hij geen onbarmhartige vorst, maar een genadig rechter, die met alle verzachtende omstandigheden rekening houdt en als het effe kan gratie verleent.

Het is ons niet gegeven een aardse koning te worden. Maar op de wijze van Jezus kunnen we allemaal koning zijn: koning in dienstbaarheid, mensen die niet zichzelf, maar anderen willen redden. Mensen die niet anderen voor hun eigen karretje spannen, maar zichzelf inspannen om de last van anderen te dragen. Amen.

Internetpastoor Winfried Kuipers

De vraagbaak voor al uw persoonlijke geloofsvragen!

Heeft u een persoonlijke geloofsvraag over geloof en kerk, dan kunt u contact met mij opnemen via e-mail.

Deze mail lees ik maar 1 keer per week. Verwacht u dus niet dezelfde dag antwoord. Ik doe het internetpastoraat naast mijn gewone parochiewerk, dus eigenlijk in mijn vrije tijd.

Kijkt u ook even bij de veel gestelde vragen en artikelen van mijn hand.

Een bedankje voor mijn antwoord op uw vragen stel ik op prijs.

Een eventuele gift voor het behoud en onderhoud van mijn website kunt u overmaken op NL06ASNB0707428262 t.n.v. W.T.M. Kuipers

Met een vredeswens,

Winfried Kuipers, internetpastoor

Website: www.internetpastoor.nl

Ontdek

Hoe word ik katholiek

Over dopen

Werkboekje doopvoorbereiding

Vormseltest

Preken

Over trouwen

Bijbel leescursus

Over euthanasie

Gewetensonderzoek

Publicaties

Varia

Over water lopen is mij eens gelukt

Links

Bisdom Rotterdam

Christelijke vakantieparken

Focolare

Hoe vind je Jezus?

Interkerk

Katholiek.nl

Katholiek Alpha Centrum

Kind en geloof

Tweeting with God